Geen ambtshalve oplegging schadevergoedingsmaatregel nu niet zeker is of slachtoffer door gewoontewitwassen nog schade lijdt

Gerechtshof Den Haag 22 september 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2004

De verdachte in deze zaak wordt veroordeeld wegens medeplegen van gewoontewitwassen en bijstandsfraude tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep het hof verzocht om ambtshalve de schadevergoedingsmaatregel op te leggen, nu slachtoffer in eerste aanleg bij vergissing op een foutief adres is aangeschreven, waardoor dit slachtoffer zich in eerste aanleg niet op correcte wijze met een vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij heeft kunnen voegen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Curator als benadeelde partij: niet is vereist dat de curator stelt welke schuldeisers voor welk bedrag een vordering op de boedel hebben. Voldoende is dat de boedel schade heeft geleden.

Rechtbank Gelderland 14 januari 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:178

De rechtbank overweegt dat vast is komen te staan dat er schuldeisers zijn die uit de boedel terugbetaald dienen te worden. De rechtbank is van oordeel dat het niet vereist is dat de curator stelt welke schuldeisers voor welk bedrag een vordering op de boedel hebben. Dit is onderdeel van de afwikkeling van het faillissement. Voldoende is dat is vast komen te staan dat de boedel als gevolg van het handelen van verdachte schade heeft geleden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Noot: De doorwerking van de strafrechtelijke onschuldpresumptie in de civiele schadevergoedingsprocedure

In deze annotatie staat de wederzijdse relatie tussen het strafrecht en het privaatrecht centraal. In het bijzonder gaat het om de vraag in hoeverre strafrechtelijke waarborgen, zoals de onschuldpresumptie, kunnen doorwerken in niet-strafrechtelijke procedures, zoals de civiele schadevergoedingsprocedure.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wet bevat geen regeling voor instellen cassatie door BP indien vordering n-o is verklaard of afgewezen en verdachte of OM niet in cassatie gaan

Hoge Raad 25 augustus 2020, ECLI:NL:HR:2020:1321

Artikel 421 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering voorziet in het instellen van hoger beroep door een benadeelde partij tegen de afwijzing van haar vordering door de rechter in eerste aanleg indien noch de verdachte noch het openbaar ministerie hoger beroep heeft ingesteld. De wet bevat geen regeling ten aanzien van het instellen van beroep in cassatie door een benadeelde partij indien haar vordering door de appelrechter in het strafgeding niet-ontvankelijk is verklaard dan wel is afgewezen en noch de verdachte noch het openbaar ministerie cassatieberoep heeft ingesteld. In de strafzaak tegen de verdachte is geen cassatieberoep ingesteld door de verdachte of door het openbaar ministerie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling locatie-directeur school voor verduistering

Rechtbank Rotterdam 7 juli 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:7100

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking, oplichting en valsheid in geschrift. Zij heeft over een langere periode valse facturen en declaraties opgesteld en ingediend bij naam stichting 1 waarvoor zij werkzaam was, in de functie van locatie-directeur van naam school.

Read More
Print Friendly and PDF ^