Veroordeling water- en bodemverontreiniging, benadeelde waterschap en gemeente niet-ontvankelijk in vorderingen

Rechtbank Noord-Nederland 29 juni 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:2307

De economische politierechter ziet zich voor de vraag gesteld of de publiekrechtelijke regeling van het kostenverhaal op de voet van de Waterwet en Wet Bodembescherming (de artikelen 7.22 Waterwet resp. art. 75 WBB) van toepassing is, dan wel dat de algemene regeling van de onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) als grondslag van de vorderingen kunnen dienen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Oplichting & vordering BP: Bij lezen TLL in samenhang met procesdossier kan sprake zijn van voldoende rechtstreeks verband tussen TLL en niet met naam en toenaam genoemde personen

Rechtbank Midden-Nederland 24 juni 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:2348

In de tenlastelegging en de bewezenverklaring staan tien personen met naam en toenaam genoemd. De rechtbank verklaard bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting van personen, onder wie deze tien. In totaal hebben 116 personen aangifte gedaan tegen deze verdachte middels de in dit onderzoek aangetoonde constructie. Weliswaar staan niet alle aangevers met naam en toenaam in de tenlastelegging vermeld, maar naar het oordeel van de rechtbank is er bij deze wijze van ten laste leggen – welke wordt gelezen in samenhang met het procesdossier – voldoende rechtstreeks verband tussen de tenlastelegging en (ook) de overige, niet met naam en toenaam genoemde, personen die een vordering benadeelde partij hebben ingediend.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Verstrekking van stukken aan slachtoffers: binnen of buiten de boot van art. 51b Sv

Slachtoffers van strafbare feiten kunnen met een beroep op diverse regelingen trachten om processtukken te bemachtigen die (potentieel) bruikbaar zijn voor schadeverhaal. Het slachtoffer dat de stukken wenst te gebruiken voor andere doeleinden dan een (potentiële) vordering benadeelde partij heeft in de praktijk echter vaak aanmerkelijk minder mogelijkheden om die stukken te bemachtigen en te gebruiken. De zwakkere positie van het slachtoffer dat stukken wenst te gebruiken voor andere doeleinden dan een (potentiële) vordering benadeelde partij lijkt door de wetgever niet lijkt te zijn beoogd en beperkt slachtoffers in onze ogen onnodig in hun verhaalsmogelijkheden. De auteurs pleiten in dit artikel voor een flexibelere toepassing van de bestaande regelingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling publiekrechtelijke rechtspersoon wegens medeplegen veroorzaken brand en ontploffingen door schuld

Rechtbank Amsterdam 30 juni 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:3194

Verdachte had een bijzondere zorgplicht. Vanuit haar positie als overheidsorgaan en eigenaar van de riolering is zij verantwoordelijk voor het beheren, aanleggen en onderhouden van het riool. Tevens was zij de toezichthouder en expliciet verantwoordelijk voor de naleving van de wet- en regelgeving. Er is sprake van schuld omdat zij op een aantal momenten het risico van het raken van een gasleiding niet heeft onderkend en anders hadden moeten handelen. Hierdoor heeft verdachte gehandeld met een verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid. De rechtbank verklaart verdachte schuldig aan het feit, maar legt haar geen straf of maatregel op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Drie jaar gevangenisstraf voor verduisteren 2,5 miljoen euro van werkgever, vordering BP niet-ontvankelijk

Rechtbank Oost-Brabant 11 juni 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:2932

Verdachte wordt veroordeeld wegens verduistering uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking, meermalen gepleegd. De medewerkster finance heeft gedurende meer dan 5 jaar gelden van haar werkgever verduisterd. In totaal ongeveer 2,5 miljoen euro. Er is sprake van recidive. Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren met aftrek van het voorarrest en tevens de tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 13 weken.

Read More
Print Friendly and PDF ^