Tot 4 jaar gevangenisstraf voor grootschalige en internationale boilerroomfraude

De rechtbank Noord-Holland heeft op 1 mei 2020 uitspraken gedaan in de megazaak met de naam Zevenblad. Deze zaak had betrekking op een onderzoek van de FIOD – verricht onder leiding van het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie – naar grootschalige en internationale boilerroomfraude (‘een vorm van oplichting door een frauduleuze (beleggings-)organisatie waarbij de klant onder het voorwendsel van een mooie belegging geld wordt afgetroggeld’), gepleegd in de periode van 2004 tot in het najaar van 2013.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verdachte heeft geen belang bij cassatie wanneer hof vordering toewijst van niet opnieuw in hoger beroep gevoegde benadeelde partij

Parket bij de Hoge Raad 7 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:345

Het hof had als gevolg van processuele beperkingen die aan de beoordeling van de vordering van de benadeelde partij in de strafzaak zijn gesteld, de vordering niet mogen toewijzen. Die processuele beperking geldt evenwel niet voor de beslissing over het al dan niet opleggen van een schadevergoedingsmaatregel. Deze maatregel kan ook worden opgelegd als geen sprake (meer) is van voeging als benadeelde partij of als de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Diefstal door opnemen geld: verweer dat verdachte handelde in het kader van bedrijfsactiviteiten verworpen

Gerechtshof Amsterdam 6 november 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:4977

Verdachte heeft wederrechtelijk gehandeld door zonder toestemming (van aangeefster) geld op te nemen van rekeningen die niet aan hem toebehoorden. De omstandigheid dat de verdachte met die opgenomen bedragen de huur heeft voldaan van de woning waar ook aangeefster woonde en waar het bedrijf stond ingeschreven, maakt dit niet anders, nu het betalen van de huur voor een privéwoning ten deze niet als bedrijfsactiviteit kan gelden; de enkele inschrijving van een bedrijf op een privéadres maakt nog niet dat huurpenningen daarvoor bedrijfsuitgaven zijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Oplichting: Enkel groot aantal vorderingen benadeelde partijen maakt niet dat beoordeling ervan onevenredige belasting van strafproces oplevert

Rechtbank Den Haag 6 maart 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:2595

De raadsman heeft primair bepleit dat de behandeling van de vorderingen een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren dan wel dat artikel 6 EVRM geschonden zou zijn omdat de verdediging onvoldoende tijd heeft gehad om de vorderingen te kunnen voorbereiden. De raadsman vraagt de zaak aan te houden dan wel de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen. Subsidiair heeft de raadsman afwijzing van de vorderingen bepleit, omdat de vorderingen onvoldoende zijn onderbouwd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over ontvankelijkheidscriterium voor vorderingen benadeelde partij (onevenredige belasting)

Parket bij de Hoge Raad 7 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:331

Het huidige ontvankelijkheidscriterium, het criterium van onevenredige belasting, is ingevoerd bij de op 1 januari 2011 in werking getreden Wet versterking positie slachtoffer in het strafproces. Dit criterium is in de plaats gekomen van het zogenoemde eenvoudcriterium, op grond waarvan de rechter bevoegd was vorderingen die niet zo eenvoudig van aard waren dat zij zich leenden voor behandeling in het strafproces, niet-ontvankelijk te verklaren (artikel 361 lid 3 (oud) Sv). Doel van de wetgever is derhalve geweest dat minder zaken niet-ontvankelijk worden verklaard. Grondslag voor de beperking van de ontvankelijkheid vormt echter ook na de aanpassing van artikel 361 lid 3 Sv het accessoire karakter van de civiele vordering. Aldus wordt voorkomen dat de behandeling van de civiele vordering ten koste gaat van de vlotte afhandeling van de strafzaak.

Read More
Print Friendly and PDF ^